Is dit alles? De dertigersdip

 

dertigersdip

Ik zit gevangen in m’n leven. Is dit ‘t nou?’ Ooit hoorden die kreten bij de midlifecrisis. Maar die crisis slaat toe bij steeds jongere mensen. Er is nu zelfs een woord voor: het dertigersdilemma. Zo jong, en zo veel keuzes. Want: alles kan. Wat willen wij eigenlijk met ons leven?

Nienke Wijnants (1974) weet er alles van. Ze komt als loopbaanbegeleider steeds meer eindtwintigers, begindertigers tegen die worstelen met levensvragen, al dan niet gerelateerd aan werk. Maar ook zelf kende Wijnants na haar studie sociale psychologie een periode van hevige twijfels. ‘Ik wilde een kookstudio beginnen, een lunchtoko, ik heb in een kralenwinkel gewerkt, noem maar op. Mijn ouders werden er hysterisch van. Op een gegeven moment ben ik lijsten gaan maken van wat ik met mijn leven wilde en ging ik daarover praten met mensen om mij heen. Het grappige, achteraf gezien, is dat ik toen eigenlijk zelf mijn dilemma ben gaan oplossen. Ik werd mijn eigen ervaringsdeskundige.

Mede daarom werd ik in 2001 bij Converge Human Capital Solutions aangenomen en kreeg ik alle “jonkies” toegeschoven. Die begeleid ik nu via trainingen en individuele gesprekken.’ Wat is het dertigersdilemma? Om te beginnen komt het erop neer dat de huidige generatie van rond de dertig jaar (een mix van de patatgeneratie en de zappende achterbankgeneratie zonder idealen, geboren tussen 1960 en 1975, en de individualistische, ‘grenzeloze’ internetgeneratie, geboren na 1975) dusdanig heeft kunnen meegenieten van de (materialistische) verworvenheden van de vorige eeuw, dat alles binnen handbereik ligt. Oftewel, de keuzemogelijkheden zijn enorm. Het leven ligt voor je open. Alles kan.

Uit het onlangs verschenen rapport De meerkeuzemaatschappij van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat deze keuzemogelijkheden gelden op vrijwel ieder gebied: wat ga ik doen met mijn leven, welke richting geef ik aan mijn loopbaan, wil ik wel of geen kinderen (en wanneer), waar wil ik wonen, et cetera? Nienke Wijnants: ‘Dat mensen meer te kiezen hebben, heeft tot gevolg dat ze ervoor kiezen steeds meer te willen én doen. Het continu moeten kiezen kan leiden tot een hoop stress.

Tessa Kras (1972), leerkracht in het zmok-onderwijs en student orthopedagogiek: ‘Het enge van kiezen is dat je jezelf beperkt en dat is niet leuk, want je blijft jezelf afvragen of je wel de juiste keuze hebt gemaakt. Sterker nog, ik denk dat mensen van rond de dertig er vooral moeite mee hebben dat ze zich realiseren dat ze feitelijk niet meer zo veel te kiezen hebben. Ze zijn al een bepaalde richting opgegaan, de vrijheid, blijheid is voorbij en de hypotheek en het pensioen hangen hen boven het hoofd. Met andere woorden, er is nog maar zoveel tijd om ‘t te flikken. Wat niet wegneemt dat we ons hevig verzetten. We willen het nog steeds allemaal: én een bovengemiddeld inkomen én de hippe feestjes aflopen én een relatie én op de bank een boek lezen én er goed uitzien – en ondertussen voel je de serieusheid tot je doordringen. Maar uit ervaring weet ik dat iedereen gebaat is bij structuur. Dat hebben de meeste van huis niet meegekregen, althans concrete eisen waar we wel of niet aan moeten voldoen. Daar zul je zelf dus op z’n tijd voor moeten zorgen.’

Afgelopen maart startte Nienke Wijnants naast haar werk als loopbaanbegeleider een promotieonderzoek naar het dertigersdilemma aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Dit is het allereerste onderzoek naar dit fenomeen. Aanleiding vormde de aanhoudende stroom leeftijdsgenoten, die zich serieus afvroegen of ze wel op het juiste spoor zaten. Een onmiskenbare trend,’ beweert Wijnants. Haar vermoeden dat hun dilemma meer omvatte dat een modegril werd bevestigd toen zij stuitte op het boek Quarterlife Crisis, een New York Times-bestseller die wereldfaam verkreeg via CNN en Oprah en tegenwoordig een heuse online community kent (www.quarterlifecrisis.com). Wijnants vertaalde de uitgangspunten van dat boek naar de Nederlandse situatie, omdat de leeftijd waarop Amerikanen afstuderen, in het huwelijk treden en een vaste baan krijgen gemiddeld lager ligt dan hier. Onze probleemdertigers zijn hun twintigers, zeg maar. Maar opvallender zijn de overeenkomsten, want inherent aan de Westerse verworvenheden, zo stelt Wijnants. Ze haalt daarbij de behoeftepiramide van Maslow aan. Aan de basis liggen de biologische behoeften van de mens: overleven, veiligheid, kleren aan je lijf, niet omkomen van honger en dorst. Vervolgens komen de sociale behoeften aan de beurt: erkenning, aandacht en interactie. Aan de top van de piramide staan uiteindelijk de psychische behoeften als zelfontplooiing en persoonlijke ontwikkeling.

De eerste twee niveaus van de behoeftepiramide zijn bij ons al op jonge leeftijd bevredigd, zodat slechts het ultieme niveau van zelfontplooiing resteert, inclusief vragen als ‘is dit het?’, ‘wie ben ik?’ en ‘wat wil ik eigenlijk met mijn leven?’ Dat zijn helaas ook de meest complexe vragen en ze leiden niet direct tot een pasklaar antwoord. Wijnants: ‘Niet eerder zijn mensen al op deze jonge leeftijd met zulke vragen geconfronteerd. Daar komt nog bij dat zij tegelijkertijd cruciale keuzes moeten maken op zowel sociaal-maatschappelijk als biologisch vlak. Ik noem dat piekdruk.

Dertigers voelen een enorme druk om de júiste keuzes te moeten maken, omdat het besef doordringt dat het leven eindig is. Tel daar de druk van de omgeving bij op, van ouders die enerzijds vinden dat we niet zo moeilijk moeten doen en anderzijds alleen maar roepen “als je maar gelukkig bent” tot en met de media die om het hardst schreeuwen dat jij de protagonist van je eigen leven bent. Dan kan je je voorstellen dat deze fase behoorlijk beklemmend kan werken.’

Kas Stuyf (1972), psycholoog/loopbaanadviseur en medeoprichter van het tijdschrift I, dat zich richt op de ‘zelfontplooiende dertiger’: ‘Of ik het dertigersdilemma herken? Volgens mij zit ik er middenin. Tenminste, ik herken de constante druk om keuzes te moeten maken en probeer uit alle macht grip op mijn leven te krijgen. Ik doe dat door me veel te ontplooien – in mijn werk, mijn sociale netwerk en persoonlijke ontwikkeling. De tijd dat ik vooral lulde, maar ondertussen maar wat aanmodderde, is in ieder geval voorbij. De moeilijkheid vind ik toch wel dat alles kan en mag, waardoor ik het gevoel heb dat ik ook alles moet doen. Met als gevolg dat als ik het één doe, zeg carrière maken, ik me tegelijkertijd schuldig voel dat ik eigenlijk iets creatiefs zou moeten doen en andersom. Natuurlijk is dat een luxeprobleem, maar ja, dat is alles in relatie tot de dood. Het beklemt me wel. Want wat geeft mijn leven nu precies zin? Ik vraag me dat vaak af wanneer ik mezelf weer voorbij ren. Misschien moet ik maar eens onthaasten en gaan mediteren in het park of zo. Misschien word ik daar gelukkiger van.’

Nienke Wijnants greep de haar geboden kans het dertigersdilemma empirisch te onderzoeken aan, om er zeker van te zijn dat ze als loopbaanbegeleider geen gebakken lucht aan het verkopen is. ‘Klanten vroegen me wel eens of ik geen slapende honden wakker maakte. En terecht, daar was ik zelf ook soms bang voor. Misschien was er wel sprake van een self-fulfilling prophecy: niemand wist dat dit een probleem was, totdat we erover begonnen.’ Dan, retorisch: ‘Het dilemma is voor een deel inderdaad een luxeprobleem, maar maakt dat het minder pijnlijk?’

Uit de eerste onderzoeksresultaten – Wijnants’ promotieonderzoek zal zo’n drie jaar in beslag nemen – blijkt dat van de ruim 1200 ondervraagde eindtwintigers en begindertigers 49% ‘een beetje’ en 23,7% ‘absoluut’ last heeft van het dilemma. Van degenen die zeiden er geen last van te hebben, herkenden een kwart het probleem wel uit hun verleden. En op de controlevraag of mensen het fenomeen bij leeftijdsgenoten herkenden, antwoordde bijna 90% zelfs bevestigend. Valt er uit deze voorlopige resultaten een stereotype ‘patiënt’ te destilleren? Wijnants: ‘Er zijn twee soorten. De eerste is iemand die er voor gaat, groots en veel kiest. Dit kan ook goed gaan, maar soms neemt deze te veel hooi op zijn vork, met een burnout als gevolg. In het tweede, vaker voorkomende geval moet je denken aan iemand die veel dingen half doet, keuzes uitstelt en blijft verlangen. En als zo iemand daar maar lang genoeg in blijft hangen, leidt dat in het ergste geval tot een apathisch gevoelsleven. Het meest schrijnende is nog dat die mensen vaak heel goed weten waar het aan ligt. Dus met zelfkennis heeft het niets te maken. Maar ze zijn zo bang voor het onbekende, dat ze liever ongelukkig blijven.’

Daniëlle Boonzaaijer (1976), tandarts: ‘Ik ben heel veel jaren bezig geweest om te komen waar ik nu ben, maar als ik terugkijk was het pad praktisch uitgestippeld. En nu ben ik hier en ga ik opeens nadenken over wat er nog méér is in het leven en word ik geconfronteerd met hele wezenlijke beslissingen. Is dit echt het beroep dat ik wil? Wil ik kinderen? En wat betekent dat voor mijn relatie? Als ik het er met mijn ouders over heb, merk ik dat het absoluut iets van onze generatie is. Zij dachten op mijn leeftijd: ha, lekker hard werken en geld verdienen, iets opbouwen. Maar ik ben in Canada geweest en dan kan ik er niets aan doen dat ik serieus ga nadenken over een leven daar, in de natuur. Belachelijk, maar waar. Ja, ik geef toe dat ik daar soms best wel last van heb, de druk om alles goed te willen doen. Het is zelfs zo erg dat ik bijvoorbeeld de Elle niet meer durf te lezen. Dan krijg ik namelijk het gevoel dat ik nog zoveel moet. En ik heb ‘t al zo druk.’

De meeste weifelaars hebben volgens Wijnants vooral een flinke duw in de rug nodig. En als dat niet gebeurt? ‘Als bijvoorbeeld het bedrijfsleven dit fenomeen niet serieus neemt, kan dat heel veel geld kosten. Ik krijg soms gevallen in een vergevorderd stadium aan tafel. Terwijl het negen van de tien keer om miscommunicatie gaat. Neem de advocatuur: dat is een branche waarin je geen enkele zwakte mag tonen, laat staan levensvragen hebben. En sociaal-maatschappelijk gezien vind ik het geen toeval dat er in Nederland steeds meer alleenstaanden zijn.’ Aan de andere kant vindt Wijnants dat het dilemma – ‘een moeilijke keuze’, aldus Van Dale – niet moet worden overdreven. ‘Het heeft ook te maken met je eigen verwachtingspatroon. Als je echt een ander pad wilt inslaan, zal dat namelijk altijd geaccepteerd worden. En op groots dromen, wat volgens mij iets van alle tijden is, is ook niets tegen. Zolang je er maar niet door stagneert.

Wat mij betreft wil je miljonair worden, als je maar incalculeert dat je tijdelijk een klootzak zult zijn. Een positief element van het dertigersdilemma vind ik dat de mythe dat alles mogelijk moet zijn in het leven, wordt ontkracht. Je wordt gedwongen om na te denken over wat je wilt. De paradox is dat je moet kiezen.’ Je zou kunnen denken het fenomeen dertigersdilemma met de huidige recessie aan kracht inboet. Want als je bijvoorbeeld je baan kwijtraakt, zak je als het ware een stukje terug op de behoeftepiramide van Maslow. Maar volgens Nienke Wijnants klopt dat maar ten dele. ‘Iemand die werkeloos is, zal zich inderdaad tijdelijk wat minder zorgen maken over de zin van het leven – wat Maslow’s theorie slechts bevestigt. Maar ook dan, juist omdat de banen niet meer voor het oprapen liggen, zul je moeten nadenken over jezelf, over wat jóuw capaciteiten zijn. In essentie staat het dilemma dus los van een recessie.’ Zoals het vraagstuk wat de zin van het leven is, volgens Wijnants evenmin iets van nu is. ‘Zelfverwezenlijking is een doel op zich, dat zal altijd zo blijven, hoe moeilijk of onmogelijk het ook is. Hooguit zullen de leeftijdsgrenzen wat verschuiven. Want in feite verschilt het dertigersdilemma niet wezenlijk van de midlifecrisis en het zou me niet verbazen als die fase voor een deel vervroegd is. Dat is volgens mij het allergrootste voordeel van het fenomeen, een enorme kans zelfs, dat we al op deze leeftijd kunnen leren omgaan met existentiële vragen. Waardoor de huidige generatie dertigers in de toekomst niet snel meer zal terugschrikken voor het onbekende.’

Simone Heemskerk (1970), tv-regisseur: ‘Ik word er eerlijk gezegd een beetje moe van. Iedereen praat maar over hetzelfde. Ik ken het wel, hoor: je baan opzeggen, verhuizen, een andere partner. Maar volgens mij slaan we door. Zelfs de kinderwens wordt zo langzamerhand een probleem. Wel of niet en zo ja, wanneer. Het feit dat we dat voor een groot deel in eigen hand hebben, is een voorrecht. Misschien relativeer ik ‘t te veel, maar ik heb geen zin meer om me gek te laten maken, omdat ik daar niet gelukkig van word. Ik neem liever voorlopig beslissingen dan dat ik door blijf emmeren. En als ik over tien jaar ergens spijt van heb, dan is dat mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik vraag me ook wel eens af of we daadwerkelijk zo veel te kiezen hebben. Ja, we kennen de alternatieven, weten wat de mogelijkheden zijn, maar de meeste zijn meer gebonden dan ze zich realiseren, denk ik. Of ik mezelf ook als regisseur van mijn eigen leven zie? Dat wel, maar de hoofdrolspelers zijn toch echt de mensen om mij heen.’

Bron: Nils Adriaans – Carp.nl

***

Reacties op dit artikel zijn welkom via de knop ‘Reageer op dit artikel’.

©2010 Gertrud de Witte – ESENZIA WerkGelukCoaching, alle rechten voorbehouden.

 

 

 

Similar Posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *